Externe inhuur kan nodig zijn om dienstverlening, digitale systemen of tijdelijke programma's overeind te houden. Tegelijk kan langdurige afhankelijkheid de kosten verhogen en kritieke kennis buiten de organisatie houden. Voor een rijksorganisatie is “minder inhuur” daarom geen bruikbare individuele opdracht. Een besluit moet zichtbaar maken welke taak moet doorgaan, waarom eigen capaciteit niet tijdig beschikbaar is, welke kennis intern moet landen en wanneer de gekozen constructie opnieuw wordt beoordeeld.
Wat de bronnen laten zien
De Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2025, gepubliceerd op 20 mei 2026, meldt dat het aandeel externe inhuur rijksbreed daalde van 15,4 procent in 2024 naar 13,1 procent in 2025. Dat blijft boven de Roemernorm van 10 procent. Dezelfde rapportage noemt 160.016 fte en 21.005 gepubliceerde vacatures in 2025. De cijfers laten dus tegelijk minder inhuur, groei van de personeelsomvang en aanhoudende wervingsvraag zien. Zij bewijzen niet dat iedere afzonderlijke inhuur onnodig is of dat iedere vacature intern kan worden vervuld.
De Roemernorm komt voort uit een in 2010 aangenomen Kamermotie over het aandeel externe inhuur in de totale personele uitgaven. De Algemene Rekenkamer benadrukt dat de norm geldt op het niveau van een ministerie en niet automatisch als grens voor ieder agentschap, programma of contract. De Rekenkamer beschreef voor 2024 grote verschillen bij IT-intensieve onderdelen en wees op risico's van hoge kosten en afhankelijkheid van externe kennis. Zij stelde tegelijk vast dat tijdelijke IT-expertise soms onmisbaar is voor continuïteit en dienstverlening.
Sinds 5 december 2025 publiceert de Rijksoverheid een dashboard externe inhuur met gegevens per ministerie en een halfjaarlijkse actualisatie. Het dashboard maakt de omvang zichtbaar, maar de departementen blijven verantwoordelijk voor de afweging of externe inzet nodig is. Het kabinet noemde in april 2025 drie inhoudelijke lijnen: eerst toetsen of inhuur voor de taak nodig is, waar passend werkzaamheden en mensen intern beleggen, en personeel flexibeler rijksbreed inzetten via pools of departementsoverstijgend werk.
De norm is daarmee een verantwoordings- en sturingspunt, geen zelfstandig arbeidsrechtelijk verbod en geen bewijs dat een concreet contract onrechtmatig is. Voor afzonderlijke inzet blijven onder meer aanbesteding, budget, arbeidsrelatie, informatiebeveiliging, privacy en eventuele veiligheidseisen eigen beoordelingskaders. Het terugbrengen van schijnzelfstandigheid en het terugbrengen van totale inhuur zijn verwante, maar niet identieke opgaven.
Gebruik vóór iedere nieuwe of verlengde inhuur een taakbesluit met vijf onderdelen. Beschrijf eerst de publieke taak of bedrijfscontinuïteit die zonder capaciteit geraakt wordt. Leg daarna vast waarom werving, interne mobiliteit, een rijksbrede pool, opleiding of herprioritering niet tijdig volstaat. Bepaal vervolgens welke duur, expertise en bevoegdheden extern nodig zijn. Maak vierde de kennisoverdracht en interne eigenaar concreet. Sluit af met een herbeoordelingsdatum en een realistische route: stoppen, afbouwen, opnieuw aanbesteden, verambtelijken of gemotiveerd voortzetten.
Behandel schaarste niet als permanente motivering. Als dezelfde specialistische rol meerdere jaren achtereen wordt ingehuurd, is dat informatie over structurele vraag, functieontwerp, arbeidsmarktpositie, ontwikkelcapaciteit of een bewuste sourcingkeuze. Breng dan totale kosten, afhankelijkheden, beveiliging, overdraagbaarheid en de tijd die interne medewerkers aan aansturing besteden in beeld. Vergelijk dit met een intern alternatief zonder te doen alsof een vacature onmiddellijk vervulbaar is.
Stuur op portefeuilleniveau, omdat losse opdrachtbesluiten het departementale percentage niet verklaren. Orden inhuur naar tijdelijke piek, uniek project, vervanging, schaarse expertise en structurele capaciteit. Volg per categorie looptijd, verlengingen, tarief en totale kosten, interne eigenaar, overdrachtsmijlpaal en beschikbare opvolging. Gebruik het rijksbrede dashboard als externe verantwoordingsbron en eigen managementinformatie voor tijdige keuzes; maak geen individuele prestatieconclusies uit een financieel percentage.
Kennisoverdracht moet een leverbaar resultaat zijn. Plan documentatie, gezamenlijke uitvoering, review door een interne collega, overdracht van toegangen en besluitgeschiedenis en een controle na vertrek. Zonder interne ontvanger is “kennis overdragen” een vrijblijvende contractzin. Reserveer daarom expliciet tijd bij zowel externe als interne professionals en maak de lijnmanager verantwoordelijk voor acceptatie.
Voorkom een generieke stop die uitvoering of veiligheid onverwacht raakt. Rangschik dossiers op kritikaliteit en vervangbaarheid, beoordeel contract- en arbeidsrelatierisico's afzonderlijk en laat budgetdruk niet de enige beslisser zijn. Een lagere inhuurquote is pas duurzaam als de taak, kennis en verantwoordelijkheid beheerst zijn overgedragen of bewust anders zijn georganiseerd.
Werkgeverscheck
- Leg vóór nieuwe inhuur taaknoodzaak, onderzochte interne alternatieven, duur, expertise en bevoegde beslisser vast.
- Maak kennisoverdracht meetbaar met interne eigenaar, documentatie, gezamenlijke uitvoering en acceptatiemoment.
- Herbeoordeel iedere verlenging op stoppen, afbouwen, rijksbreed delen, verambtelijken of gemotiveerd voortzetten.
- Analyseer de portefeuille naar oorzaak, looptijd, verlengingen, totale kosten, kritikaliteit en structurele afhankelijkheid.
- Scheid sturing op de Roemernorm van aanbesteding, arbeidsrelatie, privacy, beveiliging en individuele prestaties.
Waar de grens ligt
Dit artikel bepaalt niet of één externe opdracht moet worden beëindigd, omgezet of voortgezet. De Roemernorm is geen individuele contractgrens. Een concreet besluit vraagt beoordeling van taak, contract, aanbestedingskader, feitelijke arbeidsrelatie, beveiliging, privacy, medezeggenschap, budget en continuïteit. De genoemde percentages zijn rijksbrede verantwoordingscijfers en mogen niet worden gebruikt om het functioneren van een persoon of organisatieonderdeel te beoordelen.
“Verambtelijken” is evenmin een automatische oplossing. Werving, formatie, inschaling, gelijke behandeling en een zorgvuldige beëindiging of overgang vragen ieder hun eigen proces. Laat arbeidsrechtelijke of fiscale kwalificatie van een werkrelatie door bevoegde deskundigen beoordelen en verwar die toets niet met de bestuurlijke keuze over structurele capaciteit.
Dit artikel biedt algemene HR-duiding en is geen individueel juridisch, medisch of arbeidsvoorwaardelijk advies. Controleer de actuele primaire bron voor een concrete beslissing.
Bronnen
- Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2025Officiële rijksbrede verantwoordingsbron over personeel en externe inhuur in 2025.
- Rijksoverheid: minder externe inhuur in 2025Actuele cijfers: 13,1 procent externe inhuur, 160.016 fte en 21.005 vacatures.
- Rijksoverheid: dashboard externe inhuurDoel, actualisatieritme en departementale verantwoordelijkheid.
- Algemene Rekenkamer: sturing op inhuur bij Logius en SSC-ICTNuance bij het niveau van de Roemernorm, continuïteit, kosten en kennisafhankelijkheid.
- Rijksoverheid: inzet op minder externe inhuurBeleidslijnen voor noodzaak, verambtelijken en rijksbrede personeelpools.